Ik las laatst een artikel van Adam Grant en Sheryl Sandberg over vooroordelen op basis van geslacht. Hierin stond dat wanneer je die vooroordelen probeert weg te nemen, je ze juist erger maakt. Vooral Sandberg is een voorstander van het aantekenen en bespreken van de positie van vrouwen op de werkvloer. Dit zorgde voor zowel positieve als negatieve kritiek voor de COO van Facebook. Sandberg is ook een oud VP van Google en een voormalige stafchef van het ministerie van Financiën in de Verenigde Staten. Adam Grant is een professor aan de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania en een bestseller auteur.

De afgelopen dagen heb ik veel nagedacht over de ideeën van Sandberg en Grant, vooral omdat ik (zo goed als) mijn hele carrière al in een wereld leef waar voornamelijk mannen uitblinken. Ik heb een diploma in Politieke Wetenschappen. Hier was ik vaak één van de 5 meisjes in een klas van 30 studenten. Tijdens en na de universiteit heb ik praktisch alleen maar gewerkt binnen de tech industrie, een wereld met bijna alleen maar mannen.

Sandberg en Grant vatten de vooroordelen samen door middel van een raadsel:
Een vader en zoon hebben een auto-ongeluk. De vader overlijdt en de zoon is ernstig gewond. De zoon komt in het ziekenhuis waar de chirurg zegt: ‘Ik kan mijn eigen zoon niet opereren’.

Ben je er al achter wat het antwoord is? De moeder van de jongen was de chirurg. Blijkbaar weet 40-75% van de mensen het antwoord op dit raadsel niet, ondanks dat het al jaren oud is. De waarheid is dat de meesten van ons denken aan een man, als zij aan iemand met macht en invloed denken.

In een ander artikel zeggen Sandberg en Grant het volgende:
Om alle stereotyperingen te behouden verwachten we dat mannen ambitieus en resultaatgericht zijn en vrouwen verzorgend en ondersteunend. Als een man je aanbiedt om te helpen dan verdient hij lof maar als een vrouw aanbiedt om te helpen dan wordt dit als ‘normaal’ gezien. Want vrouwen willen nu eenmaal helpen, dat zit in hun natuur, toch? Het omgekeerde is ook waar. Als een vrouw weigert om haar collega te helpen omdat ze het druk heeft, dan wordt dit als negatief gezien. Maar als een man nee zegt dan is dit niet erg, hij heeft het blijkbaar druk. Een man die niet helpt heeft het ” druk”  maar een vrouw is ”egoïstisch” . 

Sandberg en Grant zullen de eersten zijn om aan te geven dat dit generalisaties zijn. Niet overal heerst misogynie. Niet elke vrouw wordt door haar collega’s gezien als het gevoelige en verzorgende type en niet elke man wordt gezien als een ambitieuze en meedogenloze leider.

Toch bestaan de vooroordelen over mannen en vrouwen nog steeds. Ik begon me af te vragen of ik zelf blind was voor de vooroordelen op m’n eigen werkplek. Het valt me natuurlijk gelijk op dat ik een van de weinige vrouwen ben bij Bynder, maar ik heb me nog nooit buitengesloten gevoeld hierdoor.

Bij mijn vorige baan was dit een heel ander verhaal. Ik werkte op de sales afdeling van een telecom bedrijf en kwam dagelijks met klanten in contact. Ik ontwikkelde een sales persona om mijn verkoopdoelstellingen te halen en om serieus genomen te worden. Deze persona was het tegenovergestelde van mijn eigen persoonlijkheid. Ik was 20 en klanten weigerden me te zien als iemand met meer verstand van bepaalde zaken dan zij. Mannelijke klanten van 50 jaar luisteren nu eenmaal niet snel naar een meisje van 20.

Het viel me op dat klanten mijn onervarenheid en jeugdigheid wilden uitbuiten, vooral als ze hun geld terug wilden. Zodra zij hoorden dat ik een meisje van 20 was dan dachten ze dat er wat te halen viel want ik was toch zwak? Ik werd verbaal lastig gevallen, uitgescholden en ze probeerden me fysiek te intimideren. Zelfs als ik zo aardig mogelijk was, verwezen ze naar mij als ‘dat meisje’. Dit gebeurde nooit bij mannelijke medewerkers.

Naarmate de tijd vorderde heb ik geleerd om een meer terughoudende houding aan te nemen. De mensen zagen me hierdoor wel als kil en koelbloedig omdat ik een meisje was, maar dat kon me niets schelen. Het heeft er uiteindelijk zelfs voor gezorgd dat ik meer gerespecteerd werd als ik minder vriendelijk en verzorgd overkwam. Klanten probeerden niet langer misbruik van me te maken. Ze kwamen minder vaak langs voor een praatje en waren niet langer verbaasd dat ik technisch goed onderlegd was. Op een hele drukke dag kreeg ik zelfs een baan aangeboden vanwege deze houding. Het bleek dus dat mijn koude en afstandelijke persona effect had. 

Ik werk nu op de marketing en sales afdeling van een IT-bedrijf en de meeste vrouwen werken binnen onze afdeling of een aangrenzende afdeling (customer succes, office management, implementatie etc.). We hebben ook een aantal hele goede ontwikkelaars en ontwerpers rond lopen. 

Op dit moment is er bij ons ook geen balans onder onze medewerkers. Dit komt niet omdat wij ervoor kiezen om mannen te aan te nemen, maar omdat er simpelweg weinig vrouwen werken in de IT sector. Het gevolg hiervan is dat vrouwen niet alleen op het kantoor in de minderheid zijn maar ook op de universiteit/hogeschool, waar de meerderheid van de docenten/studenten man is. Het was dus wennen voor beide partijen, niet alleen voor ons vrouwen maar ook voor de mannelijke docenten bijvoorbeeld. Dit geven mijn vrouwelijke collega’s ook aan. De vooroordelen blijven toch wel hangen, zeker als je een ‘meisjes-meisje’ bent.

Ik was blij om te horen dat dit helemaal niet speelde bij onze vrouwelijke ontwikkelaars. Ze gaven aan dat er totaal geen discriminatie was in een omgeving die overwegend bestond uit mannen en dat ze gewoon hetzelfde behandeld willen worden. Een vrouwelijke collega gaf wel aan dat ze tijd nodig had voordat ze echt in de groep paste, maar dit geldt voor iedereen. Het duurt even voordat iedereen – man of vrouw - je vertrouwt. 

Het beste van een vrouwelijke ontwikkelaar (of een Bynder B**tch zoals ze zichzelf noemen) zijn is blijkbaar: de reactie van mensen als ze zeggen dat ze software en apps bouwen.

Mijn eigen ervaringen binnen de IT-sector verschillen heel erg zoals je ziet. Ik kan me dus niet voorstellen hoe moeilijk de taak van Sheryl Sandberg is om alle vooroordelen weg te nemen. Ik kan echter wel zeggen dat een positieve en gelijke bedrijfscultuur van cruciaal belang zijn om die vooroordelen te bestrijden. Ik heb veel geluk gehad dat ik deel mag uitmaken van dit team.